Lekcja Polskiego

Na mam, widzę, of lubię (en andere werkwoorden) is het woord het voorwerp van de zin.

Uitgangen

Soort Regel Voorbeeld
Mannelijke levende wezens -a kot → kota, kotek → kotka
Vrouwelijke woorden op -a -ę kawa → kawę
Onzijdige woorden en mannelijke dingen blijven gelijk auto, dom

Voorbeelden

Dit is … Ik heb / ik zie …
To jest kot. Dit is een kat. Mam kota. Ik heb een kat.
To jest kotek. Dit is een katje. Widzę kotka. Ik zie een katje.
To jest szary kot. Dit is een grijze kat. Widzę szarego kota. Ik zie een grijze kat.
To jest kawa. Dit is koffie. Lubię kawę. Ik hou van koffie.
To jest restauracja. Dit is een restaurant. Widzę restaurację. Ik zie een restaurant.
To jest auto. Dit is een auto. Widzę auto. Ik zie een auto.